« De achttiende dag van… |
Home |
De twintigste dag van… »
03 01 09 - 13:13
Mijn wekker doet het niet, soms springt hij terug op Nederlandse tijd. Hij stond op 23.30.
Op de negentiende dag sta ik rustig op, lekker ontbijt, email checken, logboek bijwerken etc. De zon schijnt, het wordt vandaag 20 graden. Ongelofelijk.


Het is 10.10. Ik ga naar het centrum, de oude bank bekijken. Die is dicht. Ik ga op weg naar de Mill Bakery. Het is eigendom van de familie Goods, die van de methodisten church zijn, een soort Amisch. Die familie woont al decennia in het gebied waar opa zijn farm had. Het is een soort boerenbakkerij. Alle vrouwen dragen witte kapjes en lange rokken. Ze zien er vriendelijk uit. Ik zie overal boeken over God and Jesus. Ik word zenuwachtig van zoveel religie. Het meisje achter de toonbank roept er een jongen bij. Het blijkt de kleinzoon Goods te zijn. Ik laat hem de foto's van de farm zien. Hij weet bijna zeker dat de farm van opa aan het eind van Shady Lane stond en dat het van de Crabtree family was. Die woont daar nog maar in een andere farm. Deze is een paar jaar geleden afgebrand. Hij zegt dat zijn grootouders nog leven en dat die mij meer kunnen vertellen. Hij belt ze op. Ze zijn net op weg naar de Bakery om te lunchen. Ik blijf wachten, koop een sandwich en ga zitten. Het is lunchtijd, de zaak stroomt vol. Het broodje is basic, maar lekker. Er stopt een auto en een oud mannetje en vrouwtje stappen uit. Het vrouwtje draagt een kapje en heeft een snor, dit zullen de grootouders wel zijn. Ze worden ontvangen door de kleinzoon. Hij stelt me aan hen voor. Opa herkent het huis. Hij heeft daar vroeger gespeeld en gejaagd. Het staat al heel lang leeg. Hij verwijst me ook naar de Crabtree family. Die weten waarschijnlijk meer te vertellen. Ik ga op weg naar Shady Lane, naar de familie Crabtree. Ik raak opgewonden. Ik heb het gevoel dat ik in de buurt ben en elk moment het huis kan ontdekken. De familie Crabtree woont mooi. Oude schuren, glooiend land etc. Er zit iemand bij houten huis onder een boom te roken. Ik parkeer de wagen, pak mijn spullen en wuif. Een gedrongen vrouw in joggingpak met bril komt op me af. Ze heeft een piercing in haar oor gehad waardoor haar oorlel heel erg is uitgerekt. Hip, denk ik. Ik leg uit wat ik kom doen. Ik laat de foto’s zien. Meer dan 50 jaar geleden is hier wel een huis afgebrand, maar die zag er niet zo uit. Ze roept haar moeder. Na veel gedoe komt er een verwilderde oude vrouw met knal oranje geverfd haar om de hoek van een vaag schuurtje gestrompeld. Ze heeft een geweldige bril op en een geel vest aan. Ze heeft ook nog een fijne rand roze lipstick om haar lippen. Ze doet me denken aan een collega actrice. Het is de oude mevrouw Crabtree. Ze praat heel zangerig. Meesterlijk karakter. Ze is hier geboren en herinnert zich niets van ene Mulder. Ook het huis herkent ze niet. Later blijkt dat ze een leesbril nodig heeft om het goed te zien. Als de dochter een gedetailleerde foto van het huis ziet, herinnert ze het zich. Ze weet zeker dat dit het huis bij het vliegveld aan de Wolf trap road is. Ze speelde daar vroeger. Ze is er in geen 10 jaar meer geweest. Je komt er langs als je naar de rivier gaat. Er komt een auto aan. Een blonde vrouw in jogging pak stapt uit. Ik vermoed dat het de vriendin van de dochter is. Het zou ook haar zus kunnen zijn. De blonde vrouw herkent het huis. Ze moet eerst de kippen in de koelkast leggen. Ze stellen voor om me erheen te brengen. De dochter vraagt of moeder ook mee gaat. Die blijft hier bij de kippen, de honden, de kalkoen en de geit. Ik vraag of ik een foto van het huis mag maken. Ik wil natuurlijk moeder op de foto. Maar die wil er niet op want I look like Halloween, zegt ze.
We gaan op pad. We nemen de zelfde route die ik gisteren heb gereden. Na het huis in de bocht stoppen we. Ze wijzen op een inrit. Aan de andere kant van de weg staat een vervallen schuur. Zou het hier zijn. We gaan te voet verder. Ja hoor. De resten van een verbrand huis, met schoorsteen. De waterput is er nog. Het afdakje is ingestort. Dit is het huis.
Het is behoorlijk overwoekerd. We gaan naar de schuur. Die is wel heel groot, maar heel laag. Alsof het dak naar beneden is gebracht. Ik zie het eind van de landingsbaan van het vliegveld. Het moet hier net zo mooi glooiend zijn geweest als bij de Crabtree. Opa en de Crabtree’s waren dus buren. De dochter heet Shirly, ze vertelt dat de farm van Judge Sugg’s was en waarschijnlijk nog steeds is. Ze zegt dat ik bij Halifax Court meer informatie kan opvragen. De meisjes vertrekken. Ik blijf nog wat. Loop nog wat rond, dan ga ik naar huis. Kijken of ik Judge Suggs kan googlen. Dit lukt niet. Ik reis af naar Halifax. De mensen herkennen me. Sugg heeft het alleen als investment. We komen er achter dat Bob Cage in de jaren 60 de eigenaar was. Hij was vroeger tabaksveilingmeester en kunstenaar. Hij heeft een grote beeldentuin op een farm aan de Shantyroad. Ik herinner me dat de B7B eigenaaar een folder van hem had. Morgen ga ik langs voor ik doorrij naar Boykons/Newsoms. Beale Carter belt om de afspraak te bevestigen. Morgen ontmoeten we elkaar op het parkeerterrein van de Highschool bij de crossing van route 58 en route 35.
’s Avonds word ik getrakteerd door John van de B&B. We gaan naar de Bistro 1880. Die bistro blijkt weer van een dochter van Bob Cage te zijn. Ik word voorgesteld aan de dochter. Dan komt Bob Cage himself binnen. Een gesoigneerde oude man. Je kunt zien dat het een mooie man is geweest. Hij komt bij ons aan tafel zitten. We praten wat. We spreken voor morgen om 10.00 af. Hij moet eerst naar het ziekenhuis, maar daarna wil hij wel met me ontbijten. Hij weet niet veel meer over het huis. Dat het een beetje een bouwval was. Dat hij er nieuwe schoorsteen in heeft gezet en het opgeknapt heeft. Dat hij het had gekocht om ook iets in de buurt van de rivier te hebben. Hij heeft het kort gehad en het vervolgens door verkocht aan Sugg. Bob gaat weer weg. Ik zie hem morgen.
Wordt vervolgd!
meisje loos
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren